Vrijzinnig Servicebureau - Bergman

voor uw gemeenschap

Verantwoording

Zien we naar de kerkelijke situatie in Nederland dan moeten we constateren dat veel kerkgenootschappen, een enkele uitgezonderd,  te maken hebben met een dalend ledental. Dit doet zich het ernstigst voelen binnen de veelal kleine vrijzinnige kerkgenootschappen en groeperingen.

Een en ander wordt onder andere bevestigd door het bureau voor de statistiek. (juni 2008) Maar ook de regelmatig terugkerende onderzoeken onder de naam "God in Nederland", welke mede onder leiding van G. Dekker plaatsvonden, laten een teruggang zien in het aantal leden alsmede in de betrokkenheid van mensen bij de kerk.

Uit het onderzoek van G. Dekker en anderen wordt mede duidelijk dat het dalend aantal bezoekers van kerkdiensten met verschillende factoren te maken heeft. Jongeren gaan minder frequent, de hogere opleiding van mensen, het zich niet zozeer meer verbonden voelen met de plaatselijke kerk, geen gunstig oordeel over de inhoud en gehalte van kerkdiensten. En zo noemen de onderzoekers meerdere redenen en argumenten.[1]

Als opmerkelijk wordt daarbij aangemerkt dat naast de afname van de kerkelijkheid geen evenredige toename van gelovigen buiten de kerk plaats vind. Hoewel er een algemeen gangbarre opvatting heerst dat godsdienst weer 'in' is.

Mogelijk heeft dit te maken met wat mede uit het onderzoek naar voren kwam dat er in de loop van de tijd verschuivingen hebben plaatsgevonden in de opvattingen van mensen met betrekking tot God of een hogere macht.

Samenvattend:

Ga ik af op de onderzoeken welke door G. Dekker en anderen gedaan zijn onder de titel 'God in Nederland', en verdisconteer ik daarin de opmerkingen en ervaringen welke ik de afgelopen jaren heb opgedaan als (gast-)predikant en bestuurslid van diverse kerkelijke organisaties, dan kom ik tot de volgende conclusies:

  1.  afname van het aantal leden binnen het merendeel van de kerken is een voortdurend proces en zal, naar het zich laat aanzien, steeds sneller plaatsvinden. Een enkele groepering daar gelaten.
  2.  vergrijzing van het ledenbestand door een krimpende aanwas van onderen c.q. jongeren, wat zich onder andere manifesteert in het feit dat bestuursleden steeds langer in functie blijven omdat er geen opvolging aanwezig is..
  3.  een dalende kerkgang.
  4.  onder de leden van kerken is een steeds grotere groep die aan de rand van de kerk staan
  5.  een steeds grotere groep niet-kerkelijke Nederlanders noemt zich nog wel religieus maar hebben niet direct meer behoefte aan een kerkelijke binding of invulling.

Aan de andere kant is er een tendens dat mensen, ongeacht of zij nu wel of niet kerkelijk zijn en ook ongeacht of zij nu wel of niet een vorm van religiositeit hebben, behoefte hebben aan rituelen en symboliek in diverse scharniermomenten in hun leven. Te denken valt aan geboorte, trouwen, scheiden en sterven. Maar dan wel buiten de context van een institutionele kerkelijke gebondenheid.

 

[1] Gerard Dekker e.a. “God in Nederland 1996 – 2006” ten Have Kampen 2007 blz.19 – 39

[1] Gerard Dekker e.a. “God in Nederland 1996 – 2006” ten Have Kampen 2007 blz.19 – 39